vrijdag 9 december 2011

De reiger



De vader van één van mijn vroegere collega’s was een taxidermist.
Een taxidermist is niet iemand die met een taxi rijdt, of een hersteller van auto’s maar een persoon die dieren opzet.
Dit betekent dat het vel van het dode dier gelooid wordt en nadien gevuld met, weet ik veel, tabak, heb ik ooit eens gehoord.
Nadien wordt het diertje, want dikwijls gaat het om kleinere dieren, in een zodanige omgeving en houding opgesteld dat het beestje er net echt en weer levend uit ziet.

Mijn grootmoeder zaliger had een opgezette bunzing. Dat zag men toen veel in boerderijen!
Bunzingen waren en zijn nog steeds schadelijke rovers die kippen pakken en eieren wegslepen.
In Frankrijk hebben we ook eens hinder gehad van een steenmarter.
Wat dat beest daar aan schade aangericht heeft is bijna niet voor te stellen. Honderden euro heeft het gekost om zijn vernielingen nadien te herstellen. Alles wat niet te heet of te koud, te hard of te zacht was, had het stuk ongeluk, kapot gebeten of gescheurd.
’s Nachts slapen was er ook niet meer bij want gans de nacht vierde hij, of was het een zij, of een ganse familie, wie weet, feest op de zolder met alle rumoer van dien. Tikken geven geven tegen het plafond hielpen niet...
Op de koop toe zijn die beesten beschermd en mogen zij niet gevangen of gedood worden ! Nu toch niet meer...
Daarom ook dat de boeren vroeger blij waren als ze zo een indringer konden vangen. Dan lieten ze de snoodaard opzetten, door een taxidermist. Als trofee!
Nadien was het dier nog jaren te bewonderen naast of op de radio. Dat was toen de ereplaats in de beste kamer.
De bunzing staarde zo door zijn glazen kraaloogjes naar de bezoekers met een blik van, pas maar op... .
Wie ooit “Floere het fluwijn” van Ernest Claes gelezen heeft kent de beesten wel.

Ik wil het eindelijk over die taxidermist hebben...
Het was een paar dagen voor kerstmis en een klant had een reiger binnengebracht om die te laten opzetten. Het beest lag in de kelder in afwachting dat vader taxi tijd had om er aan te beginnen.
Voor het kerstdiner was er kalkoen voorzien.

Dit verhaal speelt zich af in de jaren vijftig van de twintigste eeuw (dat moet er nu bij...) en kalkoen was toen nog iets zeer exotisch.
Het was de nieuwe mode, overgewaaid uit Amerika. Iedereen die toen een beetje feest wou bouwen met kerstmis, at kalkoen!
Zo ook bij de familie taxi.

Aan tafel viel het niet zo goed mee. Bah...niet te vreten dat beest, taai, olieachtig het smaakte naar vis en niemand wou er verder van eten. Hoe of waarom die Amerikanen dat lekker vonden was dus echt niet te begrijpen.

Bij vader begon er een alarmbelletje te rinkelen.....waar was de reiger ?
Moeder had nog nooit een kalkoen gezien...
In die tijd was het normaal dat een kip of kalkoen of welke andere vogel dan ook verkocht werd in de pluimen met alles er nog op en aan.

De reiger was verdwenen, de kalkoen lag nog in de kelder....

donderdag 8 december 2011

Drankverhalen.


Even geleden kreeg ik een mailtje van Tina, Tina Tequila…ze had een beetje gehoopt dat “haar” verhaal er ook bij zou komen.

Wel, Tina volgt op donderdagavond “lessen” bij een groep die wij de ‘kookclub’ noemen. Een groep mannen en vrouwen die als hobby, onder leiding van een leerkracht, allerlei gerechten klaar maakt en dit nadien ook samen opsmikkelen. Om zeven uur komen zij aan met de nodige flessen wijn en aperitief, koffie en zelfs enkele drankjes die als pousse-café zullen dienst doen.
Terwijl zij les krijgen, geef ik ondertussen les aan een andere groep leerlingen, meestal een theoretisch vak zoals: keukentheorie... aub... ! Tijdens de lesonderbreking ga ik dan even kijken bij de “kookclubbers” om te zien hoe het met hun gaat. De meeste van die groep kennen mij trouwens heel goed.

Op een mooie avond was de collega lesgever een bereiding “op zijn Mexicaans” aan het bereiden, weet ik nog veel wat het was, maar het was iets waar tequila in verwerkt werd.
Ergens in de keuken op een tafel stond een zo goed als lege fles tequila maar met nog net één grote slok er in. De lesgever geeft mij een teken van : neem maar… en santé...
Dus de tequila uitgegoten in een wijnglas en er één slokje van gedaan. Nog wat verder gaan praten met François mijn rechterhand en trouwe assistent.
Ik wil opnieuw een slokje doen van mijn glas maar... er zit verdomme toch wel water in het glas zeker !!!
Ondertussen zag ik dat iedereen geamuseerd naar mij keek. Al die de boeven wisten er van!

De eerste gedachte is dan, de snoodaards, ‘k zal ze pakken….
François heeft dan verklapt, gewoon met een oogbeweging, dat het Tina was die het mij geflikt had. Erg was het niet, ze had gewoon een identiek glas met water op de plaats gezet waar voordien de tequila stond. De echte tequila stond netjes in de koelkast, die ik later in één teug opgedronken heb om verdere accidenten te vermijden!
Sindsdien heeft Tina een andere familienaam gekregen; Tequila, Tina Tequila…

Nog een andere.

Ikzelf was dit maal de lesgever. Het te maken gerecht was waarschijnlijk iets in het genre van garnalen - of zeevruchtencocktail .
Ik maakte zelf de cocktailsaus als demonstratie. Alles stond netjes klaar, mayonaise die net daarvoor bereid was. Ketchup, Engelse saus, een glas cognac, tabasco, opgeklopte room en zo nog één en ander.
Tijdens het mengen van de ingrediënten voor de saus vertel ik nog aan de cursisten dat men de smaak van de saus niet onmiddellijk kan beoordelen omdat de verschillende toevoegingen de tijd moeten hebben om een nieuw smaakgeheel te vormen. Dus ook de cognac niet ineens in de saus gedaan, we zouden seffens nog wel eens proeven. Goed nog wat over en weer gepraat, ik proef van de saus en vind dat er nog wel een beetje meer cognac in mag. Ik reik naar het glas… en vol van leegheid was het !
Nooit de dader gevonden...! Ik kon toch moeilijk aan hun adem gaan ruiken!

En nog een.

Heel lang geleden stond er in de keuken een grijze metalen legerkast die gebruikt werd om er allerlei “varia” in op te bergen, om niet te zeggen dat het een chaotisch rommelnest was in die kast.
Maar…diezelfde  kast was een ideale plaats om een fles met een kliekje wijn en een glas in weg te bergen.
Les geven vergt soms wel eens wat inspanning van de stembanden en af en toe een slokje smeersel verhelpt daar soms wat aan !
Dus de fles stond in de kast, het halfvol glas er naast… Tijdens een rustig moment even een slokje gaan doen en nu hadden de snoodaards van leerlingen ongemerkt toch wijnazijn in dat glas gegoten zeker,….  de boeven…!!!
Maar op dat ogenblik zat ik toch met mijn hoofd in die kast; dus kalm blijven, even stevig slikken, vijf seconden bekomen van de emotie en het azijnzuur, terug gaan naar de keuken en doen alsof er niets gebeurd was !!!
Ik zie nog altijd het ongeloof op de gezichten van de schurken !

‘k Kan jullie nu toch wel verzekeren dat een glas wijnazijn niet echt lekker is.