Posts tonen met het label Verhaal (over niet echt correct gedrag). Alle posts tonen
Posts tonen met het label Verhaal (over niet echt correct gedrag). Alle posts tonen

zondag 4 oktober 2015

Receptie





Het moet niet altijd ver weg zijn. Dit keer is het gewoon in België bij de traiteur waar ik het vroeger reeds over had bij de gerookte bloedworst.

We moesten aperitiefhapjes, belegde toastjes, voor een grote receptie klaar maken. Het was een receptie voor minstens 500 personen en er moesten ongeveer 2000 stuks toastjes gemaakt worden voor twaalf uur ‘s middags. Om twee uur zou de receptie starten.

Goed! Om negen uur gestart en met drieën goed doorgewerkt. Om half twaalf moesten we nog zo ‘n 200 stuks maken, maar we hadden geen grondstoffen meer, alles was op !
Alleen was er nog een pot platte kaas ( kwark voor de Nederlanders) en verder echt niets meer.
Maar ja, we hadden nog een half uurtje tijd en platte kaas met wat groen en dergelijke er in… maar we hadden niets groens meer, alleen nog een klein blikje kervel. Dus de kervel gemengd met de kaas maar nu werd de massa te vloeibaar… Effe geprobeerd er een eierdooier bij te roeren, misschien werd het papje dan wat dikker, maar nee het werd nog vloeibaarder!
Wacht even wat ketchup er bij doen, het zuur van de ketchup zal inwerken op de eiwitten van de kaas en deze dan doen verdikken ??! Weer niets.. ondertussen had het papje een vreselijke kleur gekregen, dus wat kerriepoeder er bij gedaan… nog snel een scheutje cola erbij ...de zaak was toch naar de knoppen…ja…

Toen kwam de baas binnen...  Zo van ; zijn die toastjes nu godver…nog niet klaar, over tien minuten moet alles hier buiten zijn…
Eén oplossing; snel dat smerige papje op de laatste  toastjes gesmeerd met het idee om die nooit aan het publiek door te geen.

De receptie start. Veel volk, zeer veel…iets meer dan verwacht…
Ikzelf sta in de keuken om de hapjes op schalen te schikken enz… Om voldoende hapjes te serveren moesten die mislukkelingen er toch bij gedaan worden.
de mislukte dingen zo een beetje weg gemoffeld tussen de mooie exemplaren en weg er meer, de zaal in !
Op een zeker ogenblik komt één van de kelners vragen of ik het recept wou geven van het beleg van één van de toastjes.  Ja, ja, maar van welk toastje?
Ongelooflijke maar het ging over die vreselijke ondingen !
Eerst dacht ik dat de kelner in kwestie er zo een beetje mee probeerde te ….u begrijpt wel!
(Sommigen kenden de historie…)
Maar nee het was echt !

Dan heb ik maar gedaan zoals zoveel koks wel eens doen en gezegd dat het recept niet mocht worden vrijgegeven 

woensdag 12 augustus 2015

Nog steeds van den hond.




Enkele maanden na de eerste hondensoep bij de paters is er nog een tweede sessie gekomen.
We woonden toen in Gummi, een stad ongeveer 250 kilometer ten zuiden van de hoofdstad Seoul in Zuid Korea. Gummi of Kummi is de stad waarvan de omgeving 'Korean Silicon Valley" genoemd wordt. De fabrieken van "Samsung" zijn onder andere daar gevestigd.

We hadden er al vlug kennis gemaakt met Herbert, weer een missionaris. Nu was het een Duitse pater benedictijn. Hij woonde in een klein huisje, dicht bij een klein kerkje. Hij was een echte missionaris maar toch wel een levensgenieter.
Om in zijn levensbehoeften te voorzien had hij een klein “fabriekje” waar cementen snelbouwblokken werden gemaakt. Dit werk liet hij verrichten door een oude Koreaanse man.
Ondanks dat wij maar een goed half jaar in Gummi gewoond hebben, hebben wij daar echt dolle avonturen meegemaakt vooral doen toedoen van Herbert! Onder andere, het hondensoupeetje nummer twee.

Hetzelfde scenario als vorige keer. Nu had de oude man een restaurant, gespecialiseerd in hondensoep, gereserveerd. We waren met een twintigtal personen die hondensoep wilden proeven en het restaurant was voor alle andere bezoekers gesloten. Herbert en de oude man waren er natuurlijk bij uitgenodigd.
Eén Duits koppel dacht dat de uitnodiging een grap was, hond eten, grapje zeker !
Zij zijn verontwaardigd terug naar huis gegaan en hebben hun poedeltje eens extra vertroeteld.
Dit maal mochten ook de vrouwen meekomen, het restaurant was toch gesloten voor het Koreaanse publiek. Maar de vrouwen kregen geen hondensoep, voor hen was er geitenragout klaargemaakt. Hondensoep is niet voor vrouwen, zo simpel is dat... een vrouw eet geen hond!

Weer dezelfde ervaring als de eerste keer; lekker is anders! Misschien zit het toch tussen de oren, maar we hadden het toch maar weer eens beleefd en een memorabele avond meegemaakt. (De alcohol had daar zeker wat mee te maken...)
De vrouwen waren gelukkiger, zij vonden de geitenstoverij best smakelijk. Herbert en de oude Koreaan hebben er van genoten.

Overgoten met de nodige “kaoling”, dat is een sterke, slecht smakende alcohol, ging de hondensoep er wel in. Op een zeker ogenblik komt de serveerster, of was het de eigenares, de zaal binnen met een klein schaaltje met daarop een langwerpig stukje vlees, een beetje worstvormig.
Zij vroeg wie de eregast was !

Ogenblikkelijk ging er een alarmlampje knipperen, die Koreanen eten dan ook alles… alarm !
Na een korte beraadslaging hebben we de oude Koreaan tot eregast gepromoveerd, wat zeker geen slechte keuze was. Hij was de oudste van het gezelschap en had toch het feestje geregeld en zo paste het ook in de Koreaanse traditie.
Hij kreeg dus het lekkere hapje. Ik zie nog altijd het beeld voor mijn ogen van de man die het verdacht stukje vlees smakelijk zat af te knagen. Maar er bleek een beentje in het worstje te zitten.
Was het dan toch niet wat we dachten dat het was ?

Toch, het was de penis van de hond maar er was een beentje ingestopt op het stukje vlees recht te houden. Grote hilariteit bij de vrouwen die nu naar eigen zeggen, eindelijk begrepen hoe alles in mekaar zit.
Ik heb het beentje later meegenomen naar België en daar door een slager laten controleren.
Hij wist het niet onmiddellijk maar dacht dat het om het scheenbeen van een geit ging, waarschijnlijk juist gedacht.
Ik heb dit "penisbeen" nog lang in mijn bezit gehad maar ben het nu kwijt.

Jaren nadien toen het internet algemeen toegankelijk werd en steeds meer informatie vrijgaf, ontdekte ik plotseling dat een "penisbeen" werkelijk bestaat!
Maar in "onze" penis zat wel degelijk een geitenscheenbeen. Het was niet het natuurlijke bot.

Dit zegt Wikipedia : Het penisbot of penisbeen (baculum, os penis) is een bot dat wordt aangetroffen in de penis van veel zoogdiersoorten, waaronder een groot deel van de roofdieren en knaagdieren en enkele soorten primaten. Bij andere zoogdieren, waaronder buideldieren, hyena's, haasachtigen en de mens, ontbreekt het penisbot.

Sommige diersoorten, bijvoorbeeld verschillende soorten galago's, zijn enkel goed van elkaar te onderscheiden door de vorm van het penisbot. De walrus heeft het langste penisbot, met een lengte van rond de zestig centimeter.

Dit was het laatste honden-eten verhaal. ’t Zal later nog wel over andere beestjes gaan.


’t Is van den hond




Hondenliefhebbers en dierenliefhebbers in het algemeen raad ik niet aan om verder te lezen.  Het gaat niet over hot-dogs… of ander niet te vreten voedsel...  alhoewel?

In Korea wordt hond gegeten en wordt er aanzien als een krachtig opwekkend voedsel dat nodig is als de krachten beginnen af te nemen. Vooral mannen hebben hier nogal eens last van, zo blijkt, volgens de Koreanen toch.
Er bestaan trouwens veel landen waar hond op het menu komt.

Hond wordt in Korea verwerkt tot een soep, hondensoep...! Deze hondensoep, want dat is een beetje de vertaling van het Koreaanse woord “ poo shin tang” wordt verkocht in speciale restaurants, die er dan ook hun enige specialiteit van maken.

Wij werkten nu al drie jaar in Korea en wij wilden ook wel eens een hondensoepje proeven. Het kan toch niet om ergens zo lang te wonen en nooit geproefd te hebben van de lokale specialiteit. Maar... in die speciale restaurants zouden we nooit binnen mogen. Vreemdelingen worden daar geweerd als de pest en met alle mogelijke argumenten vriendelijk aan de deur gezet. Daarbij, onze taalkennis was absoluut onvoldoende om de restauranthouders te overtuigen van onze onschuldige bedoelingen.

Dus wij hadden een gids nodig die perfect Koreaans kon spreken en die zaak kon regelen voor ons. Geen enkel probleem, we kenden reeds lang twee Belgische missionarissen, paters Salesianen. Eén daarvan, Luc was het meest geschikt, hij kwam veel op straat en kende Seoul, de hoofdstad van Korea als zijn binnenzak en vooral sprak vloeiend Koreaans. (Toch naar eigen zeggen...) Dus wij hebben hem gevraagd om ergens in zo’n restaurant een tafel te reserveren voor een achttal vrienden, bleekneuzen, hijzelf daarbij inbegrepen.

Het lukte! Volgende woensdag zou het hondensouper doorgaan.

Enkele dagen voordien nog even naar Luc gebeld om te vragen dat alles in orde zou komen ?
Ja, ja, maar ik heb tegen onze zusters, dat zijn de nonnekens die voor hem en zijn confrators kookten, gezegd dat ik woensdag niet zal komen eten omdat wij “poo shin tang” gaan eten in de stad. Nu stellen de nonnen voor om zelf hondensoep te maken, want zeggen ze die westerlingen zullen dat toch niet lusten en ’t kost zo veel geld en hun vrouwen mogen niet mee in ‘t restaurant en nog een hoop redenen om ervoor te zorgen dat zij die de soep zouden mogen maken. Waarschijnlijk in de hoop om zelf de resten te kunnen opeten.

Akkoord, dus hondensoep bij de paters en bij de nonnen! Het voordeel was nu dat onze vrouwen ook mee konden komen. In de typische restaurants werden vrouwen absoluut geweerd. Maar onze vrouwen hadden reeds lang andere regelingen getroffen en zij zouden  samen ergens pateekes of zo wat gaan eten en wat kletsen onder vrouwen.

De nonnekens wisten niet dat de vrouwen niet zouden meekomen en hadden voor hen frieten voorzien, ingeval ze de hond ( hoogstwaarschijnlijk) niet zouden lusten of willen eten.

Het gerecht zelf was niet denderend, niets om over naar huis te schrijven. ’t Probleem schijnt tussen de oren te zitten, maar we hebben er ons dapper doorheen gezwoegd.
Het werd uiteindelijk hondensoep met frieten… Luc heeft ook nog een pot mayonaise op tafel gezet. Kan het nog Belgischer ?

Maar als ik dit in België vertel kan ik meestal op niet veel bijval rekenen...

donderdag 6 augustus 2015

Waterhoen




Iemand vroeg me of waterhoen misschien eetbaar zou zijn?

Deze vraag deed mij terugdenken aan een voorvalletje uit mijn jonge tijd, ondertussen weeral zeer lang geleden.
In die tijd, zo leest men dat ook in de evangelies, werkte ik in een restaurant in de Kempen.
Ik had redelijk wat ervaring opgedaan met schiettuigen en had drie geweren in de keuken boven op de koelkast liggen.
Niet om ermee in de soep te roeren, dat hadden ze mij bij het leger al verboden, maar om af en toe eens te proberen een stukje wild te schieten.
Ik ben geen jager, maar jachtinstinct is de mens nu eenmaal aangeboren, mij toch.
Postzegels verzamelen is daar de meest pacifistische vorm van...

Ik gaf de beestjes ook een eerlijke kans, ik schoot met één kogel, als ik er naast zat, dan had het beestje geluk. Ik moet er bij zeggen; ik was een zeer goed schutter. Het zou mij nu niet meer lukken. De alcohol heeft zijn sporen nagelaten....

Ik had dus drie geweren, een gewone luchtbuks, dat was mijn oefenwapen, een lichte jachtkarabijn die met hagelpatronen van 16 mm schoot, die diende alleen om de duiven weg te jagen. En mijn lievelingsgeweer, een long rifle, ondertussen verboden wegens veel te gevaarlijk. Men kon daar zonder problemen mensen mee doden. Dat is destijds trouwens dikwijls gebeurd.
Het was een machine van Duitse makelij, een Moser. Die schoot met 6 millimeter patroontjes van 16 mm of 22 mm lengte en hij kon er evenveel in zijn lader opslaan, maar dan in tegenovergestelde volgorde.
Het was een precisiewapen dat na enige oefening een perfect jachtwapen was, efficiënt en dodelijk.
Dus die drie geweren lagen zo maar in de keuken klaar om te grijpen.
Vanuit de keuken had men een prachtig uitzicht over de grote tuin van het restaurant, waarin achteraan een klein riviertje stroomde...In de winter kwamen er fazanten rondscharrelen, soms eens een konijntje. Waterhoentjes zaten er altijd...

Op een blauwe maandag, niets te doen in de keuken, alleen zo wat naar buiten staan turen....!
Een groepje waterhoentjes is bezig met voedsel te verzamelen, of nesten te maken, wie weet...
Het jachtinstinct komt weer boven, geweer nemen, mikken, één waterhoen begaat de vergissing om even stil te staan en pèng... Requiescat in Pace

Wat moet ik nu met een waterhoen?

Mee naar huis nemen, mijn vrouw die geen poot kan koken zou ik er misschien gelukkig mee kunnen maken.

Dus thuis gekomen : kijk eens, mannetje heeft vogeltje gepakt voor ‘t vrouwtje... Ik lekker klaar maken ? Zoiets als een kat die een muis meebrengt voor ’t baasje!

Dus het waterhoen gepluimd, dat leverde een overvolle vuilnisbak op en nadien bleek het geen waterhoen te zijn maar een heel klein waterhoentje !

Dan het beestje gebraden volgens de regels van de kunst, gekruid met peper en zout en zo nog wel één en ander...De geur deed denken aan gebraden haring, maar dan geen al te verse...

Vrouwtje was ondertussen naar de frituurtent wat frietjes gaan kopen.

Het gebraden waterhoen op grootmoeders wijze dan maar opgediend. Eerst even in hapklare brokjes gesneden maar dat leverde al redelijke problemen op, letterlijk beenhard, de geur was niet al te bemoedigend en dan uiteindelijk de borstfiletjes er af gehaald, dat leverde twee stukjes vlees en vel op ter grootte  van een twee euro muntstuk... ( Toen twintig frank) De boutjes kan ik best omschrijven als  twee stukjes taai rubber zoals die gebruikt wordt voor aandrijfriemen van motoren...

Frieten met mayonaise is ook lekker hoor !
Vrouwtje toch tevreden....ik niet!


De grote wijnroof




Waar zal ik het vandaag even over hebben?

Misschien over de grote wijnroof ?

Deze middag aan tafel kwam het verhaal over de "grote wijnroof" plotseling weer boven water. Ik zat naast een leraar wijnkennis gezellig te tafelen. Hij begon lyrisch te praten over Château Petrus, La Conseillante, Cheval Blanc maar ik dacht plots aan Château Mouton Rotschild !

Het verhaal mag nu wel verteld worden want de persoon waarover het hier gaat is ondertussen reeds lang overleden.

Een vriend van ons was toentertijd restauranthouder, annex wijnhandelaar. Hij had zeer goede relaties met heel gekende wijnproducenten vooral in de Elzas. Hij was een vriendelijke, sympathieke jongeman maar toch met zo een heel klein beetje wat gangstermanieren en “trucare, foefelare” was zijn specialiteit.

Als wijnhandelaar had hij onder andere connecties met de gebroeders Dourthe in de Haut-Médoc. Daar was niets fout mee. Dourthe is een gereputeerd wijnhuis dat nog steeds bestaat.

We hadden een afspraak verkregen bij Dourthe.  Wij, dat waren hijzelf, zijn echtgenote en ikzelf en mijn vrouw. Eén van de broers Dourthe had er voor gezorgd dat wij ook een bezoek zouden kunnen brengen aan het Château Mouton Rotschild.

Voor wie niet weet wat Château Mouton Rotschild is; dit is het nec plus ultra, het neusje van de zalm, gesitueerd in Pauillac, het Médocgebied, regio Bordeaux.

Dan in de namiddag op weg naar Mouton.

We werden er ontvangen als prinsen en we krijgen een speciale rondleiding begeleid door de Belgische “maître de chai”, de  keldermeester !!! Dit was in het begin van de jaren zeventig.

Hij leidt ons overal rond, we mogen proeven van elke wijn, van elke jaargang, van alles en nog wat, grandioos om zoiets te kunnen meemaken!!!

Zelf de “œnothèque”, mochten we samen met de 'maitre de chai' bezoeken. De œnothèque is het heilige der heiligen, een speciale kelder, vol spinnenwebben, waar alle grote wijnen uit de omgeving en van hun eigen kasteel bewaard worden voor het nageslacht. Zoals een bibliotheek maar dan met flessen wijn. Zeer indrukwekkend was het allemaal. Flessen van 1900 tot de laatste jaartallen liggen er gestockeerd, ook van de omliggende 'châteaux'. Het kapitaal dat daar vergaard ligt is gewoon niet te schatten !

Een recente fles “Mouton Rotschild" had toen een waarde van ongeveer 400 à 500 Franse frank. Dus nu zoiets als 60 tot 75 €. Een fles van 1973 kost nu bij benadering 1000 euro... Een recente fles, later dan het jaar 2000 kost 'maar' 500 of 600 euro.

Maar ik ben even afgedwaald!

Bij het verlaten van de kelder begon vriend wijnhandelaar zich lichtjes zenuwachtig te gedragen en draaide mij plotseling twee flessen wijn in mijn handen met de boodschap ; maak dat je buiten komt !!!

Wat was er gebeurd ? Wel mijnheer de wijnmarchand had eventjes twee flesjes naar eigen keuze gepikt uit de “oenotheque” voor eigen consumptie maar kon de flessen niet naar buiten smokkelen want hij moest toch nog plechtig afscheid nemen, handjes schudden en zo…

Hij had de flessen onder zijn jas verstopt. Ik had ze nu in mijn handen…

Ikzelf kon toch ook moeilijk zeggen, kijk eens hier mijnheer Rotschild, uw invité heeft een paar flessen wijn gepikt uit de œnothèque  maar ik geef ze nu terug. Hoe de flessen dan echt buiten geraakt zijn weet ik niet meer, ik was totaal van de kook…

Tot slot, er was dus één fles wijn per echtpaar. Eén voor hem één voor ons. We zouden ze dan “gezellig” samen opdrinken.

Tijdens de wintermaanden hebben we de flessen dan opengemaakt. De mijne heeft me absoluut niet gesmaakt ! Ik herinner mij ook niet meer welke wijn het juist was of welke jaargang.

De christelijke regel dat gestolen goed niet gedijt, geldt blijkbaar nog altijd !