dinsdag 4 augustus 2015

Een gebedje in de keuken.




Tijdens mijn lessen heb ik nogal de gewoonte om een korte tijdsspanne aan te geven als; de tijd nodig om een “Weesgegroetje” te bidden. Daarbij even rondkijkend om te controleren of er nog wel cursisten zijn die dat nog kunnen. Meestal valt het wel mee....
Nu onlangs vond ik in een boek, handelend over de middeleeuwse keuken, een voor mij, onthutsend hoofdstukje.
Een gebedje werd in de Middeleeuwen gebruikt als tijdsaanduiding!

Lees even mee :  de tekst is lichtjes aangepast.

Tot diep in de 14de eeuw werd de tijd bepaald door de kerkklok, die niet alleen de kerkelijke getijdendiensten aangaf maar ook de verdeling van de dag en de nacht in twaalf uren elk. Dat betekende dat de lengte van die uren wisselde met de seizoenen: in de winter waren de daguren kort en de nachturen lang, omdat het dan kort licht en lang donker was; en in de zomer was dat juist andersom. Pas tegen het eind van de 13de eeuw moet de mechanische klok met gelijke uren zijn uitgevonden, zoals wij die nu kennen, en pas in de loop van de 14de en 15de eeuw raakte deze echt ingeburgerd. Maar dat betekende toen nog lang niet dat mensen exact gingen denken in uren, minuten en seconden, en dat ze hun leven daarnaar inrichtten.
In de keuken werkte men dus in de middeleeuwen niet met exacte kooktijden volgens de klok, maar met een zandloper of volgens de lengte van een gebed of op het gevoel; en een uitdrukking zoals we in kookboeken vinden, dat karnemelk met eidooiers 'een paeter noster lanck' op het vuur moet staan stijven, dus zolang als een 'Onze Vader' duurt, is in dat licht begrijpelijk. Ook de uitdrukking 'een Miserere tijts lange'  komt uit die praktijk voort, want ook dat duidt op de duur van een gebed; een heel kort schietgebed in dit geval. Eigenlijk is het eerder verwonderlijk dat er in een 16de-eeuws kookboek al vrij vaak in uren wordt gedacht, en ook in halve uren, zoals bij het stampen van amandelen 'wel anderhalf ure lanck' , waarop we hierboven reeds wezen. Die exactheid kwam via de Franse keuken uit Italië, waar aanduidingen van tijd en ook van hoeveelheid iets eerder in zwang raakten dan ten noorden van de Alpen.

Nauwkeurigheid in maten en gewichten was nog moeilijker te bereiken dan in uren, want terwijl de uren van de mechanische klok, toen die eenmaal was uitgevonden, overal even lang waren, bestond er op het punt van hoeveelheden een verwarrende verscheidenheid: iedere stad had haar eigen ponden, pinten, kroezen en veelvouden of onderdelen daarvan, zodat een kok daarmee niet anders dan bij benadering kon werken als hij of zij een recept uit een vreemd land overnam. Dat er daarnaast werd gewerkt met 'een lutsken', 'een weijnich' of 'een hantvol', was dan ook volkomen normaal. Zelfs bij medische recepten voor drankjes en gorgelwater, komen dergelijke vage aanduidingen voor (de kroon spant 'een handtwolleken' van een aantal kruiden in een recept , verkleinwoord van 'een hantvol'), naast tamelijk exacte opgaven als 'een half loot'  of '5 pont', '6 loot' en 'drie pijnten' .

Eén van mijn collega’s schreef in een recept om een “kluts witte wijn” bij een bereiding te voegen, dat moge nu duidelijk zijn hoeveel dat is: een “lutsken”....

Gegijzeld door het Franse leger.




Toen ik die morgen uit mijn tent gekropen kwam stond hij daar. Een knappe gespierde militair.
Hij had een klein zwart snorretje... en hij droeg een tweekleurig uniform, zoiets dat hier ook wel eens een “battle dress” genoemd wordt, versierd met veel latten en strepen plus een Franse vlag. Hij keek met een bedenkelijk gezicht naar een kaart, een stafkaart, vastgemaakt op een plankje.
Toen hij me zag, keek hij hoopvol op...

Het voorval speelde zich af ergens in de Franse Provençe, ondertussen ook weeral vele jaren geleden.
Ik was daar als een soort “chef fourier” voor verscheidene jeugdgroepen die er op kamp kwamen. Daarvoor moest ik zelf niet veel doen maar één ding was mijn vaste taak: ’s morgens brood gaan halen voor het ganse kamp. Zo ook vandaag.
Daarom was ik ook steeds als eerste wakker. Vroeger noemde ik dit uur van opstaan “in het holst van de nacht” maar achteraf beschouwd is kwart na zeven toch een deftig uur om er uit te komen....
Snel even naar het toilet, in zoverre dat een kamptoilet, een HUDO, zo kan genoemd worden. De tanden even afschrobben om de slechte smaak van de goedkope wijn van de avond voordien weg te borstelen. De rest van het toilet maken komt later wel,... soms toch...
Dan op zoek naar een auto, kwestie van naar de bakker te kunnen rijden.

Naast het knalgele Volkswagen busje stond hij, de chef van het Franse leger, met de stafkaart !

Of ik Frans sprak? Ja, ja zo een beetje, loog ik.
Ik verstond hem perfect maar je weet maar nooit.
Of ik de streek een beetje kende ?
Zoals mijn broekzak maar dat vertelde ik ook niet. Oui, oui, moest volstaan.
Of ik hem naar een bepaald punt dat hij aanwees op de kaart wou brengen ?
Het was een omweg van enkele kilometer voor mij maar het was nog vroeg, de jeugdgroepen zouden wel even kunnen wachten.
Hij grommelde nog wat tussen zijn tanden, van verloren, weg kwijt en zo nog wat...ook iets over “mes camerades”...

Goed wij weg....!
Of ik zeker weet waar we naar toe moeten?   Evidemment...!

Na een scherpe bocht in de weg vraagt  hij of ik even wil stoppen.
Ik dacht dat hij een plasje wou doen...
Maar plotseling komen uit het struikgewas een tiental tot de tanden gewapende militairen als duivels uit een doosje te voorschijn. ( Ik weet echt niet hoeveel het er waren.)
Met radiozenders, kalasjnikov’s , bommen en granaten als bagage.

De zijdeur van de bus vloog open en tien seconden later was er van de groep militairen niets meer te bespeuren. En toch, ze waren allemaal in het Volkswagen busje...
Zeer goed gecamoufleerd door opblaasbare rubberbootjes, strandmatjes en allerlei andere varia. Dat soort rommel lag altijd in de auto. Geen militair meer te bespeuren....
De grote chef ging terug naast mij zitten en begon commando’s te geven.

Zijn toon veranderde compleet! Hij was nu de chef en ik had te gehoorzamen. Zoniet !?
Dood met de kogel? Wie weet?
Eerst hoorde ik hem nog zeggen tegen zijn compagnons dat ze nu zeer goed gecamoufleerd zaten in een knalgeel Belgische busje met Belgische nummerplaat...

Hij bekeek mij nog eens goed en gaf toen het bevel: “donne ta chemise !”...

Ik begreep echt  niet wat er gebeurde en hoorde het in het Provençaalse Keulen donderen,  en was daardoor zodanig in de war dat ik maar gehoorzaamde. Even halt gehouden en mijn hemd uitgetrokken. Hij drapeerde dat netjes over zijn uniform....
Gelukkig was het een pas gewassen hemd.
Achter de zetel van de voorste bank vond hij nog een Lierse tits*, een strohoed, en zette die op zijn hoofd. Ikzelf zat aan het stuur in mijn “onderlijfke”....
Ik begon er wel wat met mee te leven....Wat zijn die mannen toch zinnens....?
Gevaar liep ik niet. Dat was honderd procent zeker. Het waren reguliere Franse militairen, maar zijzelf hadden iets uitgehaald dat niet helemaal kosjer was. Daar was ik nu het slachtoffer van en kon alleen maar raden wat er verder zou gebeuren.

Daarna gaf de commandant de opdracht om naar het dorpje Montagnac te rijden. Of ik de weg kende?
Zeker, die kende ik blindelings....ja maar niet over de grote weg, hier tussen de lavendelplantages door...commandeerde de grote chef.
Ik was nu geheel overgeleverd aan zijn commando’s...
Goed. Dan zal ik het spelletje maar meespelen!

Toen we bijna in Montagnac aankwamen stond er een zwaar Frans legervoertuig dwars over de invalsweg geparkeerd. De reactie van chef snor: “reculez, reculez, achteruit, achteruit, weg van hier....!!!

Of ik een andere invalsweg kende ?

Die weg ook geprobeerd. Daar stond evenwel een legervoertuig dat de baan afsneed....
Weer van : reculez, reculez , enz...

Toen begon mijne frank te vallen. Euro’s bestonden toen nog niet!
De kerels die ik bij had waren waarschijnlijk “de slechten” en mochten niet door hun collega’s gezien worden....of zo iets...’t Was mijn fantasie maar... Mogelijk hadden ze 's nachts geslapen in plaats van te marcheren en hadden ze nu een lift gevonden?

Wij zijn ongezien door Montagnac gekomen en de verdere tocht ging vlot. Geen problemen.
Maar de rit ging verder door een holle weg en om de honderd meter stond er een Franse militair, machinegeweer in aanslag en die keken neer op dat gewone Belgisch busje dat daar toevallig passeerde....

De chauffeur in zijn onderlijfke en de begeleider met een blauw geruit hemd aan en een tits op zijne kop...!

Op een zeker ogenblik vraagt chef militair of ik weet of we ergens door een stukje bos zouden rijden?

Ja, ja !!!

Stop daar dan, beveelt hij!

Ik ben dan braafjes gestopt in t‘ bos...

Vous avez, trente secondes pour debarquer....! Dat was tegen de compagnons…..

Dat is het laatste wat ik van de militairen gehoord heb!
Dertig seconden later was de auto, leeg !
Ik ben nog eens gaan kijken of ze per toeval geen kalasjnikov vergeten zouden zijn, maar ’t was noppes...

Ik hoop dat alles voor hun goed verlopen is. Tout van bien maintenant ?

Later....
De scoutjes stonden allemaal ongeduldig te wachten....waar blijft die foerier nu...???

Ze hebben allemaal hun brood gekregen....  Le pain militaire !

Grappig detail is ook nog dat er even later, in de voormiddag, verscheidene legervliegtuigen, straaljagers, Mirages, over het kampement gevlogen kwamen.

Vrienden hebben mij dan de raad gegeven om me te verstoppen want dat “ze” mij aan het zoeken waren.

* Een 'tits' is een platte strohoed. oorspronkelijk afkomstig uit Panama.

zondag 12 juli 2015

Nog maar eens over varkens.





Vooreerst moet ik wat bekennen !
Ik heb een strafrechtelijk verleden !
Ik kreeg ooit “twee jaar, voorwaardelijk”. Weinig stichtend, niet ?

Tien jaar lang kreeg ik daarom geen blanco getuigschrift van goed zedelijk gedrag.
Bij het solliciteren gaf dat wel eens problemen. Als er dan streng geïnformeerd werd waarvoor ik dat verdiend had werd er nadien hartelijk gelachen en kreeg ik meestal de baan in kwestie wel.
Na die tien jaar een mooi briefje geschreven naar één of andere instantie en alles is nu kwijtgescholden maar niemand vraagt mij nu nog om een bewijs van goed gedrag en zeden...

Welke misdaden heb ik nu begaan ?
Een varken vervoerd ! In mijn auto. 
Maar ’t varken was van mijn baas of van mijn moeder ik weet het eigenlijk niet maar ik was de sigaar, de pineut !
Ik moet er wel bij vermelden dat het varken reeds geslacht was, een levend varken in een Renault R4. ‘t Zou nogal wat geweest zijn.
Sluikslachting heet dat en het vervoer van zo een sluik geslacht beest, dat mag niet!
Vermits ik de enige was die ze te pakken kregen was ik de pineut !

Het varken werd bij mijn moeder gevoerd met keukenafval ( kroketjes, tomatenroomsoep, erwtjes en worteltjes...) van bij de traiteur waar ik werkte.
Een bevriende slachter had het beest geslacht en ik voerde het nu terug naar mijn baas. Stonden daar onderweg toch wel twee rijkswachters zeker... En een R4 rijdt niet zo heel snel...!
Nadien heb ik pas gezien dat die rijkswachters met de fiets waren! Het ook al heel lang geleden.

Enfin, dat heeft wat rompslomp opgeleverd. Naar de rechtbank, veroordeeld wegens crimineel gedrag en een voorwaardelijke straf gekregen,  maar ik heb er geen trauma aan overgehouden.

Enkele jaren nadien vraagt men mij om ergens in de Pyreneeën een vakantie te organiseren voor leden van “Shape”, zijnde Amerikaanse militairen.
Ze zouden naar een soort pension in de Pyreneeën komen, de periode tijdens kerstmis en Nieuwjaar.
- Of zij speciale wensen hebben?
- Als het kan een “suckling pig” aan het spit....een speenvarkentje...

Dus samen met een vriend ergens een speenvarken op de kop getikt, het beest panklaar gemaakt, in lakens gewikkeld en goed diep in de koffer van de auto verstopt. Alle persoonlijke bagage er boven op gelegd want ik moest met dat beestje over de Franse grens. Als de gendarmerie mij daar zou tegenhouden en dat varkentje vinden, ja dan zou het feest waarschijnlijk niet doorgaan !
Men had mij gezegd dat ik als grensovergang “den dronckaert” moest nemen, bij Menen.
Daar is nooit geen controle want de douanen zitten er altijd in ’t café en de grens is altijd open !
Dus via “den dronckaart” naar Frankrijk.

En, wat staat daar aan de grens ?
Juist, een boom van een douanier, met een dikke snor, de hand in de lucht: stoppen !
Hij loopt rond de wagen, ik de venster al opengedraaid, hij komt naar mij toe en zegt : “lettre de nationalité !”. Ik begreep hem gewoon niet, van zenuwachtigheid natuurlijk.
Zegt hij er nog bij, maar dan in ’t Frans; daar in de sigarettenwinkel...!
Toen ik in de winkel kwam wist ik het, er plakte geen “B” op mijn auto.
Dus een  “B’eetje” op de achterruit geplakt en weg wezen, zo snel mogelijk.
Dat stom ding had mij twee jaar in de cel kunnen draaien...( denk ik nu zeer dramatisch...)

Bij aankomst in de “Pyrenées Orientales”; niemand van Shape te bemerken!
Zij hadden het vakantieverblijf gezien, gewikt, gewogen en te licht bevonden en zij waren verder naar Barcelona gereden.
Geen ramp, voor mij was het ook maar vakantie, maar daar zat ik met 17 kilo varken in een compleet onbewoonde omgeving. We hadden juist geteld één stel buren, een paar oudjes met hun gekke zoon, op een afstand van 12 kilometer.

Dus dat werd alle dagen; gebakken varken, gestoofd varken, gegrild varken, gerookt varken, hutsepot met varken ...
Mini hammen en worsten gemaakt, de buren geïnviteerd. Toen deze buren ons vroegen om eens bij hun te komen eten, eerst eens voorzichtig geïnformeerd of het toch geen varkensvlees zou zijn. We hadden daar zo stilaan genoeg van...Als presentje hebben we hun toen enkele speenvarkenskoteletjes gegeven, mooi ingepakt, met een rood lint en een strik er rond !  Spécialité Belge.






Maaltijdcheques



Op een mooie namiddag draait er een chique zwarte Mercedes het erf op van boer Sjarel.

De boerin komt nieuwsgierig kijken, wie er op het erf gereden komt. Een klein manneke stapt uit de auto en vraagt of de boer thuis is. Ach zegt de boerin, hij is in het varkenskot, ga maar eens kijken ge zult hem wel herkennen, hij heeft een rood klakske op.

De man komt bij het varkenshok en zegt: dag boer Sjarel. Mooie varkens hebt ge daar.
Ja, ja, dat vindt Sjarel ook.
Enne, wat geeft ge die beesten zo al te eten?
Ach, zegt de boer de boer, zo wat afval van de tafel, de rotte patatten en wat meel. Water als ze dorst hebben.
Haha, zegt het klein manneke, ik ben Michel Vandenbosch van Gaia en gij behandelt uw varkens als beesten. Dat wordt een boete van 2500 euro. Dat zal u leren om uw varkens slecht voer te geven.

Enkele weken later komt er weer een zwarte Mercedes het erf opgedraaid, een man stapt uit vraagt waar de boer is… weer in ’t varkenskot… Nu met een blauw petje...
Schoon varkens Sjarel, en wat krijgen die beesten zoal te eten?
Ach, zegt de Sjarel, als voorgerecht geef ik ze nu een carpaccio van geelvintonijn. Als hoofdgerecht een tournedos bearnaise met kroketjes en als dessert mogen ze kiezen uit chocolademousse, sabayon of vanilleroomijs.

Ja man, is de repliek, ik ben Jos Geysels, de voorzitter van de 11-11-11 actie en dat wordt dus een fikse boete… Terwijl de rest van de wereld vergaat van de honger verkwist gij hier duur luxe voedsel aan uw varkens. 2500 Euro boete!

Nog eens een paar weken later. Zelfde scenario. Mercedes draait het erf op. Een man stap uit en wil boer Sjarel zijn varkens zien.
En, wat eten die beesten hier zoal?

Ach zegt de Sjarel nu, ik geef ze maaltijdcheques, zo kunnen ze vreten wat ze willen…