donderdag 6 augustus 2015

Snoek in court-bouillon






Men neme hiervoor een levende snoek en zet hem in een ketel met zuiver water waarin een licht purgeermiddel is opgelost. De vis zal op natuurlijke wijze zijn ingewanden reinigen. Dit reinigingsproces kan wel enkele dagen duren. Hierbij dient het water in de ketel regelmatig ververst worden en elke keer dient men ook wat purgeermiddel toe te voegen. ( Opletten voor de vingers bij het verversen van het water !)

Als men de snoek nu wilt bereiden zet men de vis weer in zuiver water maar dit keer in een "saumonière", (langwerpige kookpan voor vis) en men gooit er een mooi groenteboeket bij: wat prei en selder, een uitje en wat wortel zal het zeker doen. Ook een geurig kruidenbosje kan erbij. De vis die totaal uitgehongerd is zal de groenten en de kruiden verslinden. Wacht niet tot de vertering begint maar zet de ketel terstond op het vuur. 
Men verwarmt zachtjes, voegt nog wat zout en peper toe en nog een extra groenteboeket. Laat de vis de nodige tijd pocheren, controleer vooral voor dat hij goed dood en gaar is en dien op met gesmolten boter.

Het visvlees zal helemaal doordrongen zijn met de smaak van de aromaten.

De grote wijnroof




Waar zal ik het vandaag even over hebben?

Misschien over de grote wijnroof ?

Deze middag aan tafel kwam het verhaal over de "grote wijnroof" plotseling weer boven water. Ik zat naast een leraar wijnkennis gezellig te tafelen. Hij begon lyrisch te praten over Château Petrus, La Conseillante, Cheval Blanc maar ik dacht plots aan Château Mouton Rotschild !

Het verhaal mag nu wel verteld worden want de persoon waarover het hier gaat is ondertussen reeds lang overleden.

Een vriend van ons was toentertijd restauranthouder, annex wijnhandelaar. Hij had zeer goede relaties met heel gekende wijnproducenten vooral in de Elzas. Hij was een vriendelijke, sympathieke jongeman maar toch met zo een heel klein beetje wat gangstermanieren en “trucare, foefelare” was zijn specialiteit.

Als wijnhandelaar had hij onder andere connecties met de gebroeders Dourthe in de Haut-Médoc. Daar was niets fout mee. Dourthe is een gereputeerd wijnhuis dat nog steeds bestaat.

We hadden een afspraak verkregen bij Dourthe.  Wij, dat waren hijzelf, zijn echtgenote en ikzelf en mijn vrouw. Eén van de broers Dourthe had er voor gezorgd dat wij ook een bezoek zouden kunnen brengen aan het Château Mouton Rotschild.

Voor wie niet weet wat Château Mouton Rotschild is; dit is het nec plus ultra, het neusje van de zalm, gesitueerd in Pauillac, het Médocgebied, regio Bordeaux.

Dan in de namiddag op weg naar Mouton.

We werden er ontvangen als prinsen en we krijgen een speciale rondleiding begeleid door de Belgische “maître de chai”, de  keldermeester !!! Dit was in het begin van de jaren zeventig.

Hij leidt ons overal rond, we mogen proeven van elke wijn, van elke jaargang, van alles en nog wat, grandioos om zoiets te kunnen meemaken!!!

Zelf de “œnothèque”, mochten we samen met de 'maitre de chai' bezoeken. De œnothèque is het heilige der heiligen, een speciale kelder, vol spinnenwebben, waar alle grote wijnen uit de omgeving en van hun eigen kasteel bewaard worden voor het nageslacht. Zoals een bibliotheek maar dan met flessen wijn. Zeer indrukwekkend was het allemaal. Flessen van 1900 tot de laatste jaartallen liggen er gestockeerd, ook van de omliggende 'châteaux'. Het kapitaal dat daar vergaard ligt is gewoon niet te schatten !

Een recente fles “Mouton Rotschild" had toen een waarde van ongeveer 400 à 500 Franse frank. Dus nu zoiets als 60 tot 75 €. Een fles van 1973 kost nu bij benadering 1000 euro... Een recente fles, later dan het jaar 2000 kost 'maar' 500 of 600 euro.

Maar ik ben even afgedwaald!

Bij het verlaten van de kelder begon vriend wijnhandelaar zich lichtjes zenuwachtig te gedragen en draaide mij plotseling twee flessen wijn in mijn handen met de boodschap ; maak dat je buiten komt !!!

Wat was er gebeurd ? Wel mijnheer de wijnmarchand had eventjes twee flesjes naar eigen keuze gepikt uit de “oenotheque” voor eigen consumptie maar kon de flessen niet naar buiten smokkelen want hij moest toch nog plechtig afscheid nemen, handjes schudden en zo…

Hij had de flessen onder zijn jas verstopt. Ik had ze nu in mijn handen…

Ikzelf kon toch ook moeilijk zeggen, kijk eens hier mijnheer Rotschild, uw invité heeft een paar flessen wijn gepikt uit de œnothèque  maar ik geef ze nu terug. Hoe de flessen dan echt buiten geraakt zijn weet ik niet meer, ik was totaal van de kook…

Tot slot, er was dus één fles wijn per echtpaar. Eén voor hem één voor ons. We zouden ze dan “gezellig” samen opdrinken.

Tijdens de wintermaanden hebben we de flessen dan opengemaakt. De mijne heeft me absoluut niet gesmaakt ! Ik herinner mij ook niet meer welke wijn het juist was of welke jaargang.

De christelijke regel dat gestolen goed niet gedijt, geldt blijkbaar nog altijd !

woensdag 5 augustus 2015

Maître Maurice





’t Is weer enkele jaren geleden, het was in het piepkleine dorpje Douchapt, in Frankrijk. Ik werkte daar regelmatig als keukenchef in een 'table d'hôte" maar elk jaar komen we daar ook samen met enkele vrienden om een weekje vakantie te nemen tussen Kerstmis en Nieuwjaar, met als hoogtepunt oudejaarsavond.

Onze buurman Michel, een typisch algemeen gekend dorpsfiguur, kwam vragen of ik niet even een ritje voor hem kon maken naar een naburig dorp, want als hij dat zou doen met zijn tractor, zou dat uren duren, en zo verder.
Hij wou naar een “bouilleur de cru “,  gaan…. dat is een alcoholstoker !
Nu zou het huis nog aan het branden mogen zijn maar zoiets dat kon ik niet afslaan !

Een” bouilleur” is een persoon die nog toelating heeft van de Franse staat om alcohol te stoken. Hoe de wet in mekaar steekt is vrij ingewikkeld, alleen heb ik begrepen dat er, juist zoals in België, heel wat “ gefoefeld” word met de regels van de wet en dat iedereen er zo zijn eigen vrije interpretatie over heeft.

Tijdens de zomer en herfst verzamelen de “boeren” uit de streek allerlei vruchten die verder voor niet veel goed zijn. Ze worden gestockeerd in grote plastieken bakken, zeg maar vuilnisbakken. (Deze containers worden uitsluitend, gelukkig maar, gebruikt voor dit doel.)
Wordt er ook wat suiker bijgedaan, ik zou het niet weten. Suiker levert nadien meer alcohol op maar mag wettelijk niet toegevoegd worden.
De vruchten beginnen spontaan te gisten en ongeveer tegen kerstmis stopt de gisting en men verkrijgt dan een zure vruchtenwijn met een vrij hoog alcoholgehalte.

In de streek, maakt men zo “wijn” van pruimen, mirabellen en soms zelfs van druiven!
Nu, Michel had zes vuilnisbakken vol met gegiste pruimen en of ik ze naar de “brander” wou brengen ?  
Met veel plezier natuurlijk !
Ik had, heb nog, en altijd gehad, een vrij grote auto, een break (of stationwagon) ! Ongelukkigerwijze was de auto toen zo goed als spiksplinternieuw.

De bakken met pruimensmurrie in de auto gestouwd, en dan volgt een ritje van tien kilometer. Op zeker ogenblik denk ik dat ik de weg naar rechts moet nemen, maar nee, non, non à gauche … ’t is naar links…!
Fors remmen en ..! Resultaat, uit minstens vier vuilnisbakken zwiept er een grote kwak van die pruimensmurrie op het tapijt van mijn nieuwe auto. Maanden nadien begonnen toevallige passagiers in de auto snuffelende geluiden te maken en even naar mij te kijken, twijfelend of ze wel verder zouden meerijden.
We zijn zonder verdere problemen bij de stoker geraakt.

Komen we terecht op het achtererf van een soort boerderij waar een dampend mobiel distilleertoestel staat opgesteld in volle werking. Rondom de stookketel, eenden, ganzen (die mij gebeten hebben!) en de onvermijdelijke meute honden die naar iedereen en alles beginnen te blaffen. In de tuin lopen massa’s kippen die de resten van vorige stooksels aan het oppikken zijn. Enige buren staan met de handen in de zakken toe te kijken, de helpers van monsieur Maurice, de stoker.

Maître Maurice, controleert met argusogen het distilleerproces. Dit wil zeggen:
de gegiste pruimen of andere gistende vruchtenmassa wordt in de distilleerketel gegoten. De  ketel (alambic) wordt hermetisch gesloten en verwarmd in een bain-marie tot een temperatuur van 96°C of zo wat. Het vuur wordt gestookt met grote houtblokken en afbraakhout.
De alcohol in het vat verdampt sneller dan het water en deze alcoholdampen worden nadien afgekoeld en gecondenseerd tot “eau de vie”.
Dit is de simpele uitleg. Ik ga hier niet compleet beschrijven hoe alcohol gemaakt wordt, want daarna de beambten van de accijnzen op mijn dak krijgen, niets daarvan…!
Het enige controleapparaat dat mijnheer Maurice gebruikt, is een densimeter die in de uitlopende alcohol drijft. Als het alcoholgehalte daalt tot minder dan 40 %, dan stopt hij het proces. Als het hele distilleerproces afgelopen is bekomt hij alcohol van 60 °!!!

Even terug naar de aankomst.
Buurman Michel, die werd verwacht, maar maître Maurice wist niet dat hij zou komen samen met een Belg in een auto met Belgische nummerplaat. Ik werd daarom door een volksraad eerst grondig gescreend. Welke mijn politieke ideeën zijn? Of ik geen communist ben? Of ik iets te maken heb met Chirac, zowel voor als tegen. Of ik alcohol drink, welke schoenmaat ik heb.?..
La Belgique, c’est quand même un pays communiste, non…? Et Charles de Gaulle, qu’est ce que tu en pense ???

Gelukkig was ik geslaagd in het examen! Ik werd aanvaard.
Als praktijkproef nam monsieur Maurice een glaasje, waar duidelijk de hele buurt reeds uit gedronken had, veegde het nog even schoon aan zijn schort en liet het vollopen met hete pruimenalcohol van zestig graden, recht uit de alambic.

Er is dan geen keuze meer; drinken, of verzuipen en je gezicht verliezen...
Erg vond ik dat nu niet. Het glas dus in één teug naar binnen gekiept. Stoere macho ! Maar drie dagen later liep ik nog steeds rond met pijn aan de maag waar vermoedelijk een gat in gebrand was.

Mijnheer Maurice woont in een oude “Van Hool” autobus. Zonder wielen en deuren weliswaar maar opgesteld op een serie oude bierkratten!
Kippen, katten en honden zijn de huisgenoten. Er stond een lange tafel in de bus met twee banken, één aan elke kant. De tafel zelf stond afgeladen vol met vieze lege limonade- en  mosterdglazen en plastic Vittelflessen, gevuld met alcohol van allerlei stooksels die hij voordien gebrouwen had.
Een verplicht nummer was nu om van alle stooksels te proeven en er een oordeel over uit te spreken…
Vanaf glaasje nummer vijf herinner ik mij niet veel meer… mijn denkvermogen gaf forfait.
Toch goed thuis gekomen, er is niet zo veel verkeer op die regionale wegen in de Périgord.
Maar ’s anderendaags jongens…die twee vechtende kameeltjes onder mijn schedeldak !

Enkele jaren nadien kom ik in een chique winkel in Périgueux, eigenlijk kwam ik daar regelmatig, en we beginnen zo wat te palaberen met de baas van de winkel over het bereiden van foie gras. De eigenaar, van de winkel, Stephan,  die mij ook al lang kent begint wat “geheimen” prijs te geven. Hoe lang te marineren, temperaturen enzovoorts…
Zeer belangrijk vertelt hij, de finesse bestaat er in om aan de foie gras een paar druppels pruimenlikeur van Maître Maurice toe te voegen.
Maar ja, als Belg zou ik die toch niet kunnen verkrijgen….

Mijn auto stinkt nog steeds een beetje naar de pruimenalcohol van “Maître Maurice”.

Gerookte bloedworsten




Ik werkte destijds bij een zeer bekende traiteur. De zaak bestaat nu nog maar onder een heel andere vorm.
Op een zondagnamiddag was er een soort “Vlaamse kermis maaltijd” gepland door één of andere organisatie, welke het was ben ik al lang vergeten.
Het was een groot gezelschap, een tachtigtal personen.
Iedereen was binnen en zat aan tafel, het feest kon beginnen…

In de keuken had ik een “pak” margarine ( godbetert, margarine) in een grote braadslede in de oven geschoven om ze te laten smelten om er nadien de bloedworsten in te bakken. Dit is in de huis- en tuinkeuken niet de gewone manier van doen maar in grootkeukens wordt deze manier van bakken of braden veel toegepast.
En toen…plotseling: alle licht valt uit, ook in de keuken. Het was zondagnamiddag, en uiteraard nergens een elektricien in de buurt te vinden!
Er werkte toen een kelner in de zaak; Frans, hij is later nog technicus bij de VRT geworden, en die gaat op zoek naar de oorzaak van de panne en inderdaad een tiental minuten later :  fiat lux…het werd weer licht.

Ondertussen was in de oven dat “pak” margarine gevaarlijk oververhit maar ik had het niet bemerkt omdat het donker was !
Op het ogenblik dat het licht terug aanfloepte, zie ik walm blauwe rook uit de oven komen, ik open de deur van de oven om te kijken wat er gebeurt en de braadslede met de verbrande margarine erin vliegt spontaan in brand!!!
Onmiddellijk volgt er een hevige vuilvettige rookontwikkeling. Ik sluit terug de oven om de zuurstoftoevoer te verminderen maar de boel begon toen nog erger te roken… Een kelner loopt naar zijn auto, die voor de deur stond en haalt er een blusapparaat uit. Deur van de oven open: weer vlammen en kelner Bob spuit het blusapparaat leeg in de brandende oven.
De vlammen doven maar er ontstaat nu een witte rook die blijkbaar zwaarder is dan de lucht en die zich verspreidt over de keukenvloer en stilaan hoger en hoger stijgt en een waar mistgordijn opbouwt. Stilaan waadden we door een zee van witgrijze rook en de rook steeg maar en bleef maar stijgen, stilaan komen alleen nog onze hoofden boven de rook uit…Klein Mitteke, de afwasvrouw, was al onzichtbaar geworden…

Tenslotte heeft iemand alle deuren en vensters opengegooid en stilaan zakte de rook weer weg…
De braadslee die ondertussen niet meer brandde snel naar buiten gekieperd en of er nadien nog bloedworst werd opgediend herinner ik mij niet meer!