zondag 11 december 2011

Apollon.

Vele anderen schrijven in hun blog over hun huisdier. Dat zou ik ook wel willen doen. Doch het probleem is dat ik geen huisdier heb. (Ik heb een vrouw maar dat telt waarschijnlijk niet mee.)
Tenzij : er is Apollon !
Apollon is een soort tijdelijk huisdier. Een gasthond.

Ik ben dikwijls in Frankrijk, waar ik werk, in de Périgord, dicht tegen de stad Périgueux.
Douchapt, zo heet het dorpje in kwestie, is een piepkleine gemeente en we hebben er maar enkele buren; Michel, die eieren van zijn scharrelkippen levert, de cafébaas, die levert geen eieren maar bier en pastis en Donovan, het buurjongetje.

Donovan heeft een hond. Niet zo maar een hond of hondje maar een “Apollon” !
Wat een ongelooflijk mooie naam voor een glanzend zwarte labrador bastaard.(Vind ik...)
Van het ogenblik dat Apollon weet dat “les Belges” er zijn, verhuist hij prompt. Tenminste hij verandert van voederbak. De zijne laat hij voor wat het is, gedaan met hondenbrokken en gekookte macaroni, leve de foie gras, paté, lamsbout en duivenmaagjes. (Die ik nog eerst mag bakken, anders lust de onverlaat ze niet.)
Hij installeert zich aan de open keukendeur, met goed zicht op de situatie en wacht geduldig tot er wat komt.
Af en toe voelt hij zich verplicht een andere concurrerende hond weg te jagen, hij duldt geen  kapers op de kust.

Op een zeker ogenblik kwam hij weer kijken of er wat te smikkelen viel maar dat keer was er niets. Ik toon dan zijn lege voederbak en hij komt dan later wel terug. Tenzij, op een keer had ik een vijftal escargots, van onvoldoende kwaliteit, voor mijn klanten. Ik legde ze in zijn bak en zette ze voor zijn neus.
Apollon bekeek zijn bak, bekeek mij met zo’n misprijzende blik van : hoe durf je mij zo’n viezigheid voorschotelen, slakken, bah…en hij ging weg, staart tussen de poten. Ik vreesde zelfs dat dit de definitieve breuk zou kunnen betekenen…
Maar geen nood een half uur later was hij er weer. Dit keer had ik wel allerlei lekkers speciaal geschikt voor hondjes. Dat alles in zijn bak gedaan en nog even goed geschud om de slakken er goed door te mengen. Apollon eet eigenlijk niet, hij schrokt, eten gebeurt op enkele tellen. Toen alles op was, nam ik zijn bak weg en wat ligt er nog in : juist, die vijf slakken !
Hij verdient de titel; hondengastronoom!

De buurman, Michel, heeft graag het been van de lamsbout, met een beetje mosterd… Telkenmale hij weet dat er een gigot (lamsbout) op het menu staat komt hij zijn glaasje witte wijn drinken en langs zijn neus weg vragen of ik “l’os du gigot” wil bewaren voor hem. Dat vindt hij zo lekker...Er moet liefst nog wel wat vlees aanzitten natuurlijk !
Nu wordt dit voor mij een dilemma. Apollon eet ook graag lamsboutbeen.
Hij neemt het bot, kruipt er mee achter de haag en dan hoor ik tot in de keuken het kraken van de vermorzelde knook.
Michel moet dan maar even wachten. Meestal vertelde ik hem dan dat er toch niets meer aan het been te vinden was, toch de moeite niet waard om te eten.

Meestal is men er over verwonderd dat een hond zulke goddelijk naam heeft maar dat blijkt in gindse omgeving niet abnormaal te zijn. De hond van een Belgische wijnboer uit de (verre) buurt heet : Victor Diogène. ( Diogenes) Hij slaapt en woont in een (wijn)ton.
Dan was er ook nog Ulysses, maar die heeft een nachtelijke tocht op vrijersvoeten niet overleefd en werd aangereden…

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen